Onze Zienswijze

Zienswijze africhting – P.H.D.C. Utrecht e.0.

Uit eigen ervaring ben ik er van overtuigd dat niemand zonder hulp een, laat staan, meerdere honden kan africhten. Als bewijs dient het grote aantal “hondenverenigingen”.
Een eerste vereiste is: vertrouwen in vooral Bestuur van de vereniging en geleider / instructeur. Ontbreekt dat dan ook geen resultaat.
Onderling dient er ook een ontspannen sfeer te zijn. Dit kan alleen wanneer men open staat voor anderen; Dus geen gesprekken ”achteraf” en niet altijd alleen de minder goede eigenschappen van andermans hond zien maar ook die van de eigen hond accepteren. Ik weet zeker dat als er negatief over je hond wordt gesproken, jezelf negatief gaat doen ten opzichte van de verteller. Ken je het beter; Laat dat dan zien. Zelf is de man/vrouw!
GEEN PRAATJES of STEMMINGMAKERIJ!

Wat versta ik onder africhten?
Persoonlijk versta ik hieronder:
Het plezier beleven om een hond iets te leren. Hoe moeilijker de hond (positief of negatief) des te groter mijn plezier. Na allerlei “ouderwetse” trainingsmethoden pas ik nu voornamelijk de zogenaamde positieve conditionering toe. Volgens mij geeft dat de beste en snelste resultaten. Een positieve conditionering (voor ”kenners” de softe manier) wil beslist niet zeggen alleen op een speelse wijze. Een hond kan alleen goed worden afgericht met een bepaalde mate van plicht.

Het begeleiden van anderen behoort tot mijn plezier; Kennis van mij is kennis van anderen!

Geschiedenis hondensport
Tot ca. 1983 waren in Nederland de KNPV en de VDH de enigen die zich bezig hielden op het gebied van africhting. Tot die tijd deden alle rasverenigingen het VDH-africhtingsprogramma dat volledig door de Raad van Beheer werd erkend.
KNPV en VDH hebben een ander uitgangspunt en zijn dus niet vergelijkbaar.
Het uitgangspunt van de rasverenigingen is: De hond testen op zijn gebruikswaarde ten behoeve van de fokkerij. Dit testen van honden (africhten) werd al snel gezien als een sportieve prestatie en er ontstonden wedstrijden.
Het uitgangspunt van de KNPV is: Het verkrijgen van een praktijkhond.
Deze verschillen hebben natuurlijk gevolgen voor de betreffende programma’s.

Zoals eerder gezegd houdt de KNPV zich bezig met het verkrijgen van praktijkhonden. Dit betekent dat alleen geschikte honden worden gebruikt ongeacht het ras (of niet).
De VDH is een rasvereniging waardoor zij uitsluitend rashonden africht.
Tot ca. 1983 was het africhten van een hond alleen mogelijk onder de volgende voorwaarden:
Wel / geen stamboom: als praktijkhond bij de KNVP of
Wel een stamboom: bij de VDH.

Ontstaan NBG – IPO
Om ook met rasloze honden binnen de africhting actief te kunnen zijn, werd een orgaan / vereniging opgericht die direct onder de Raad van Beheer kwam te staan: de Nederlandse Bond voor Gebruikshonden (NBG). Hier konden rasloze honden worden afgericht op een wijze zoals dat bij rasverenigingen gebeurde. De eerste stappen werden rond de jaren 1970 genomen wat uiteindelijk rond 1983 resulteerde in een vereniging die het IPO-programma uitvoerde.
In 1985 bepaalde de Raad van Beheer dat alleen IPO-certificaten op stambomen werden vermeld. Het gevolg hiervan was dat de rasverenigingen met uitzondering van de VDH kozen voor het IPO programma. De VDH hield vast aan haar programma en voortaan bestonden er twee certificaten: VDH en IPO. Het verschil NBG-IPO en VDH was een feit.

Het pijnlijke hierbij is het feit dat in het verleden alle keurmeesters werden aangesteld door de Raad van Beheer. De VDH als grootste rasvereniging had verreweg de meeste keurmeesters die vervolgens door de Raad voor de keuze werden gesteld om te kiezen tussen IPO of VDH.
Jammer genoeg hebben, op 1 na, alle keurmeesters gekozen voor de Raad en moest de VDH in allerijl keurmeesters opleiden.

Mogelijkheden
Zoals uit het eerder vermelde blijkt, zijn er vele disciplines en mogelijkheden. Dit schrijven heeft betrekking op africhten met betrekking tot verenigingen en/of NBG en dan met name de VDH.

Tegenwoordig kent bijna iedere vereniging van gebruikshonden een of andere vorm van africhting. Gezien de uitgangspunten van een Rasvereniging kunnen uitsluitend honden met een stamboom aan hun africhting deelnemen. Rasloze honden kunnen volgens hetzelfde principe bij de NBG worden afgericht volgens het IPO programma.

Verschillen KNPV – VDH
Gelet op het verschil in uitgangspunten kan gesteld worden dat:
”Beide africhtingmethoden (KNVP – VDH) door of naast elkaar toepassen meestal niet met elkaar overeen komen”. Waarom niet?
Het africhten bij de KNPV richt zich in eerste instantie op het verkrijgen van een praktijkhond. De aangeleerde oefeningen en het gevormde gedrag zijn blijvend aanwezig waardoor de meeste van onze geleiders problemen (kunnen) krijgen.
Onze sporthonden zijn in principe niets meer dan ”huishonden” die sociaal moeten zijn.

Daarnaast is er ook een technisch probleem:
Een praktijkhond die met volle overtuiging bijt en zich daarbij alle tijd laat is op eenvoudige wijze uit te schakelen; En dat is nu net niet de bedoeling. Technisch gezien mogen en kunnen zij daarom geen “volle” bijters zijn die heel ”moedig” vasthouden en niet verbijten. Praktijkhonden moeten effectief werken of anders gezegd: zo’n agressie uitstralen dat men niets meer durft! In het uiterste geval betekent dat: bijten op een zo effectief mogelijke wijze. Hoe de beet is, maakt niet zoveel uit zolang het maar effectief is (pijn doet, angst inboezemt, paniek zaait en dat soort dingen)! Zo’n (bijt)gedrag willen wij nu juist niet zien bij onze honden. De resultaten zullen dan nooit optimaal zijn en in het ergste geval wordt zo’n hond op examens en/of evenementen gediskwalificeerd.

Voor alle duidelijkheid: Met deze uiteenzetting heb ik uitsluitend de bedoeling om het verschil in uitgangspunten aan te geven en te verduidelijken. KNPV-africhting is een manier van africhten waar ik heel veel respect voor heb. Ik wil dan ook beslist niet beweren dat de honden worden afgericht tot ongecontroleerde bijters. Integendeel, een praktijkhond moet uiterst gedisciplineerd zijn; Hij is een wapen en een ongecontroleerd wapen is levensgevaarlijk.

Als fanaat heb ik evenals jullie gekozen voor een Amerikaanse Bulldog en ben ik lid van de P.H.D.C.Utr.e.o. Hoe gek het ook mag klinken maar kynologie is binnen een vereniging ook een vorm van africhten. Probeer maar eens om je hond rustig te laten staan, rondjes lopen, gebit tonen, meten en dat soort zaken.

Instructie
Zoals in elke sport, moeten er bepaalde regels in acht moeten worden genomen.
In principe zijn die:
1) De geleider bepaalt het doel (examen, wedstrijd, alleen gehoorzaamheid of iets dergelijks);
2) De instructeur bepaalt de methode;
3) Gelijke inzet van geleider en instructeur;
4) Honden worden pas voorgebracht op een examen of evenement wanneer zij daar daadwerkelijk klaar voor zijn. Meedoen onder het motto ”niet geschoten is altijd mis” is voor mij niet toelaatbaar. Ik laat dat over aan de z.g. ”uitlaters”!

Instructie geven en accepteren valt of staat met onderling vertrouwen.
Hierop is onder andere terug te voeren:
1) Het trainen bij andere verenigingen of onder andere instructeurs en/of begeleiders;
2) Het deelnemen aan evenementen;
3) Het nakomen van trainingsafspraken (hond stil leggen, trainingen, oefeningen e.d.).

Regels houden beslist niet in dat er een soort ”krijgsgevangenkamp” ontstaat. Integendeel! Zonder goede verhoudingen geen resultaten. Bedenk dat regels er zijn voor ”slechte tijden”. Er is dan een stok om mee te slaan. Met andere woorden: worden deze regels niet nagekomen dan is er geen vertrouwen. Zowel instructeur als geleider moeten dan hun consequenties trekken.

Een instructeur moet aan diverse, vaak tegenstrijdige, eisen voldoen.
– Hij/zij moet ”zwart-wit” denken (gedrag van de honden);
– Een hond kunnen BEGRIJPEN en weten wat deze GAAT doen (inzicht);
– Eerlijk zijn (vertrouwen mens/dier maar wie zoekt, net als een hond, niet zijn voordeel?);
– Goede sociale vaardigheden bezitten en met mensen om kunnen gaan (zwart-wit, eerlijk en dan ook nog dit?);
– Een verschrikkelijk grote trukendoos hebben en die ook nog ter beschikking aan anderen willen stellen (ervaring/kennis delen en helpen);
– Een of meerdere honden hebben afgericht (kennis/ervaring bewijzen met resultaten);
– Betrokken zijn bij de vereniging (liefdewerk);
– Een olifantshuid hebben (het is toch nooit goed!).
Wees eens eerlijk mensen, hoeveel personen zouden dat zijn? Een handje vol!
Meestal is het zo dat een instructeur niet zo zeer problemen heeft met een bepaalde hond maar met de geleider. De instructeur zal dan doorgaans het voordeel van de hond zoeken en zolang mogelijk de begeleiding voort zetten maar aan alles komt een einde. Bij mij is dat wanneer ik er geen plezier meer in beleef.

Doel
1) Sociaal contact en sport naast elkaar;
2) Geleiders kennis bij brengen op het gebied van de africhting.
3) Zo hoog mogelijk scoren op evenementen zowel op het gebied van africhting als op werkgebied en show, uiteraard volgens de rasstandaard.

Wanneer wij dit bereiken, mogen we gerust zeggen dat onze vereniging een uitmuntend misschien wel uniek resultaat heeft behaald.

Met vriendelijke groet,

Team Pejedori Bulls Holland / P.H.D.C.Utr.e.o.